Toen ik een jaar of 7 was, overleed een buurman bij ons in de straat.
Ik kende hem alleen van gezicht en wist eigenlijk niets van hem. Nog levendig
staat mij het beeld voor ogen, dat voor alle ramen in de straat, ook bij
ons, witte lakens hingen. Een teken van rouw.
Op de dag van de begrafenis werd de overledene van huis uit begraven.
Een zwarte auto met bloemen stond in de straat. Alle buren stonden buiten
op de stoep en toen de stoet met mensen achter de rouwauto in beweging
kwam, stopte al het verkeer in onze (drukke) straat. Zelfs de tram stond
stil. Alle mensen namen hun hoed af uit respect voor de overledene.
Als kind voelde ik dat hier iets heel bijzonders aan de hand was.
Het verdriet werd door velen gedragen.
Het woordenboek over rouw: "smart; droefheid over zaken die men verloren
heeft; grote droefheid; smart over iemands verlies door de dood."
Het is een van de schrijnendste emoties uit ons leven. Het gedwongen afscheid
moeten nemen van iemand (of iets) wat ons zeer dierbaar is.
Dat is ondragelijke pijn. Pijn die niet alleen te dragen is.
We omgeven dat met rituelen. Rituelen, die uiting geven aan dat wat met
woorden niet te zeggen is. Zij geven vorm aan onze pijn en maken het mogelijk
het verlies met anderen te delen.
De rouwende is niet alleen.
In onze cultuur is rouwen meer en meer iets geworden wat je alleen te
doen hebt. Onze rituelen zijn beperkt: begraven is tot een handeling geworden
waarbij de efficiency belangrijk is geworden. Een kopje koffie met crematoriumcake
en een hand voor de achterblijvers. De afscheidswoorden en het bedanken
van de aanwezigen uitbesteed aan de begrafenisondernemer.
Ook de tijd die rouw mag innemen lijkt aan regels gebonden: een maand
of drie, daarna moet het wel over zijn en moet het ‘gewone'
leven weer z'n loop nemen.
Gelukkig is er een verandering te bespeuren: nieuwe vormen van verliesverwerking.
Bloemen en een gedenksteen langs de kant van de weg waar een dodelijk
ongeval gebeurde; bloemen op de plek waar een glazenwasser van zijn stelling
viel en overleed.
Plekken en rituelen die de herinnering levend houden.
Religie en rouw
De (katholieke) christelijke traditie is rijk aan uitingen van rouw. Er
bestaat bijvoorbeeld veel kerkmuziek rondom sterven. Belangrijke terugkerende
thema's hierin zijn het voortleven van de overledene in een andere
hoedanigheid en een eeuwig leven.
Lux æterna, luceat eis
Luceat eis domini
Cum sanctis tuis in æternam...........
Requiem æternam, dona eis hodie,
dona eis requiem.
Het bovenstaande fragment geeft uiting aan het verlangen en het geloof
in een ander leven. Het geeft troost en hoop aan hen die geloven en vraagt
om eeuwige rust voor de overledene. Vergeet hen niet en 'laat het eeuwige
licht hen verlichten'.
Ook in andere religies is de dood een overgang naar een ander bestaan.
Dit geloof stelt het rouwen in een ander perspectief.
De secularisering van onze samenleving tast ook deze vorm van rouw(verwerking)
aan. Steeds minder mensen ondervinden hieraan steun en voelen zich alleen
en uitzichtloos in hun verdriet.
De confrontatie met rouwenden brengt ook de confrontatie met je eigen
sterfelijkheid. Zij laten met hun verdriet zien hoe broos het leven kan
zijn, hoe broos ook ons eigen leven is.
Verlies
Rouw is niet alleen iets wat bij sterven hoort. Alle verlies leidt tot
een rouwproces.
Een (echt)scheiding of het verlies van werk door ziekte of ontslag brengt
een proces op gang waarin verdriet en machteloosheid de thema's zijn.
Je zou kunnen zeggen: altijd leidt afscheid tot een soort van rouw, zeker
als dit afscheid gedwongen en definitief is.
Er is een soort norm ontstaan over wat normaal en niet normaal is in het
rouwen.
Rouwenden ervaren van hun omgeving deze norm vaak. Na een paar maanden
voelen zij zich opgeroepen om het gewone leven weer op te pakken en 'leuke
dingen te gaan doen'. Deze goed bedoelde adviezen werken voor sommigen,
voor anderen hebben ze een averechts effect: mensen voelen zich nog meer
alleen.
In mijn kontakt met nabestaanden klinkt met name deze eenzaamheid door
en het gevoel niet begrepen te worden.
Rouwenden vertellen over ervaringen die op hallucinaties lijken: de vrouw
die, 's avonds in bed, haar overleden man de trap op hoort komen; de man
die, kijkend in de achteruitkijkspiegel van z'n auto, in de auto achter
zich voor het stoplicht zijn overleden vrouw ziet.
Het zijn verhalen waar de omgeving met onbegrip op reageert.
Rouw is geen ziekte, is geen afwijking, maar een normale reaktie op een
vreselijke gebeurtenis.
Het grijpt in op de meest fundamentele vragen van ons eigen bestaan.
Therapie kan helpen om deze vragen onder ogen te zien en om een vorm te
vinden voor het verdriet.
De gestalttherapeut gaat uit van dat wat er zich op dit moment voordoet.
Hij/zij zal de betrokkene uitnodigen om datgene te uiten wat in hem of
haar is en begeleiden in het proces van loslaten en doorléven.
Een rouwperiode is een tijd van verdriet, van veel verdriet en van zoeken
naar nieuwe waarden en zingeving.
De tijd die hier voor nodig is, is zeer verschillend. Er bestaat hierin
geen goed of verkeerd. Iedereen heeft hierin zijn/haar eigen weg te gaan,
en mag hierin zijn/haar eigen weg gaan.